Tag archief koopovereenkomst

Opschorten: wanneer wel of niet?

Je bent met een klant overeengekomen dat jij goederen levert, nadat de klant jou hiervoor heeft betaald. Helaas doet de klant dit niet. Naast de acties die je neemt om betaling te verkrijgen, wil je de goederen die jij moet afleveren nog even onder je houden. In het geval van een dienstverleningsovereenkomst overweeg je wellicht om jouw dienstverlening te staken. Opschorten, zoals dat in het recht heet. Maar kan en mag dat zomaar?

Wat is opschorten?

Allereerst is het van belang om te weten wat de wet onder opschorten verstaat. Het opschortingsrecht kan gezien worden als een verweermiddel dat de ene partij heeft (de schuldenaar) in verband met een vordering die hij op zijn schuldeiser heeft. Om dit te verduidelijken, zal ik in dit artikel uitgaan van de volgende situatie:

Uitgangssituatie:
Jij moet aan X een partij goederen afleveren. Daar tegenover staat dat X aan jou een bedrag van € 1.000,= voor die goederen moet betalen. Dat is jouw vordering op X.

Jullie hebben afgesproken dat X het bedrag op 1 augustus betaald moet hebben. Vervolgens zal jij op 8 augustus de goederen bij X op zijn bedrijfsadres afleveren.

X heeft niet betaald op 1 augustus. Op 8 augustus nog steeds niet. Mag jij nu jouw prestatie (het uitleveren van de goederen) opschorten of moet je de afspraak dat jij op 8 augustus zou uitleveren nakomen?

Wettelijk kader

In de wet is op meerdere plaatsen het één en ander geregeld over opschorten. Ik focus mij in dit artikel op twee bepalingen, namelijk de algemene bepaling en de verdiepende bepaling over opschorting in het kader van wederkerige overeenkomsten. Een wederkerige overeenkomst is bijvoorbeeld een koopovereenkomst zoals hiervoor in het voorbeeld uitgewerkt.

De mogelijkheid om op te schorten is geregeld in artikel 6:52 BW. De tekst luidt als volgt:

  1. Een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, is bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt, indien tussen vordering en verbintenis voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen.
  2. Een zodanige samenhang kan onder meer worden aangenomen ingeval de verbintenissen over en weer voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding of uit zaken die partijen regelmatig met elkaar hebben gedaan.

Meer specifiek regelt de wet in artikel 6:262 BW het volgende ten aanzien van wederkerige overeenkomsten:

  1. Komt een der partijen haar verbintenis niet na, dan is de wederpartij bevoegd de nakoming van haar daartegenover staande verplichtingen op te schorten.
  2. In geval van gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming is opschorting slechts toegelaten, voor zover de tekortkoming haar rechtvaardigt.

Het eerste artikel is de algemene regeling. Om op te mogen schorten in het geval van een wederkerige overeenkomst (zoals dus een koopovereenkomst), moet je aan die vereisten voldoen plus je moet je aan artikel 6:262 BW houden.

Opeisbare vordering

Er moet om te beginnen een opeisbare vordering zijn. Oftewel: de wederpartij moet wel verplicht zijn om de vordering te betalen. Als je hebt afgesproken dat X het bedrag pas hoeft te betalen ná het uitleveren van de goederen, heb jij geen opeisbare vordering en kun je je (in beginsel) niet beroepen op opschorting.

In de voorbeeldsituatie is afgesproken dat X het bedrag op 1 augustus betaald moest hebben. Dat is niet gebeurd en deze datum is verlopen. De vordering is in dit voorbeeld opeisbaar.

Opschorten zonder opeisbaarheid

Er zijn enkele gevallen waarin je tot opschorting kunt overgaan, zonder dat er een opeisbare vordering is. Hierbij kun je denken aan een mededeling van de schuldeiser waarin hij aangeeft niet te zullen gaan betalen. Ook indien jij als eerste zou moeten presteren (jij moet eerst de goederen leveren, daarna zal X pas betalen) en je bent op de hoogte gekomen van omstandigheden waardoor je op goede gronden vreest dat X niet zal nakomen, mag je opschorten zonder dat er een opeisbare vordering is.

Voldoende samenhang om opschorting te rechtvaardigen

Er moet een bepaalde mate van samenhang zijn tussen de verplichtingen die over en weer bestaan. Daarnaast moet aan de hand van alle omstandigheden van het geval worden bezien of de opschorting in dit geval gerechtvaardigd is. Hoe groter de samenhang, hoe eerder een opschorting gerechtvaardigd zal zijn.

In het voorbeeld is er sprake van voldoende samenhang. De vordering van jou op X heeft direct te maken met het leveren van de goederen (en dat is de verplichting die jij opschort).

Redelijkheid en billijkheid

De redelijkheid en billijkheid speelt ook een belangrijke rol bij opschorting. Ook al is er voldoende samenhang om de opschorting te rechtvaardigen, de redelijkheid en billijkheid kan daar een stokje voor steken. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de opschorting een buitenproportionele reactie is gelet op de mate van niet-nakoming. Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan het feit dat er slechts een klein deel van de vordering niet is betaald (bijvoorbeeld de btw is vergeten), dat de goederen van zeer groot belang zijn voor de bedrijfsvoering wederpartij. Ook al is er dan voldoende samenhang om de opschorting te rechtvaardigen (want: het gaat over de koopsom voor de uit te leveren goederen), de redelijkheid en billijkheid kan de opschorting in de weg staan.

Dienstverleningsovereenkomst

Bij een dienstverleningsovereenkomst kan opschorten nog wel eens lastig zijn. Zeker als jouw dienstverlening cruciaal is voor de bedrijfsvoering van de wederpartij. Dat geeft jou een sterke positie: dreigen met opschorten kan grote gevolgen hebben voor de wederpartij. Wellicht betaalt de wederpartij jouw vordering dan toch wat sneller.

Daar staat echter de redelijkheid en billijkheid tegenover. Is er slechts één maand niet betaald? Dan kunnen de gevolgen van opschorting buitenproportioneel zijn en kan het dus zijn dat jij op je vingers wordt getikt als je toch opschort.

Opschorten in het geval van een voortdurende dienstverleningsovereenkomst moet dan ook altijd secuur worden aangepakt. Zorg voor een goed opgebouwd dossier. Stuur herinneringen, geef aan dat je gaat opschorten en geef mogelijkheden om de wederpartij tot betaling te laten overgaan.

Wat nu als je tot opschorting overgaat?

Opschorten is een middel waardoor je jouw prestatie uit kunt stellen. Zodra de wederpartij aan zijn verplichtingen voldoet, moet je ook weer aan jouw verplichtingen voldoen. Zorg er dus voor dat je jouw prestatie altijd direct weer kunt gaan verrichten.

Opschorten is iets anders dan ontbinden. Bij opschorting zet je de verplichtingen even “on hold”. Ontbinding betekent echter het einde van de overeenkomst.

Opschorten

Het leerstuk rondom opschorting is uitgebreider dan ik hiervoor heb geschetst. Er zijn meer voorwaarden waaraan voldaan moet worden, maar ook zijn er meer uitzonderingssituaties. Er kan geen algemeen antwoord gegeven worden op de vraag wanneer je precies mag opschorten. De omstandigheden van het geval spelen een belangrijke rol.

Mijn advies is dan ook om ervoor te zorgen dat als je tot opschorting overgaat of als je dat voornemen hebt, dat je de wederpartij daarvan op de hoogte stelt. Bouw een (schriftelijk!) dossier op. Zo kun jij altijd aantonen waarom en op welke gronden je tot opschorting bent overgegaan. Dit helpt bij het inkleden van de redelijkheid en billijkheid en dit kan helpen in het geval dat de wederpartij jou aanspreekt voor schadevergoeding als gevolg van de opschorting. Het mededelen van jouw voornemen is echter geen verplichting volgens de wet.

Advies nodig over opschorting? Wil je tot opschorting van jouw verplichtingen overgaan en wil je daar graag advies over? Neem contact met mij op via info@winkenslegal.nl of het contactformulier van de website.

Ten slotte: dit artikel is informatief bedoeld. Uitzonderingen, mitsen en maren: ik kan er een hele hoop noemen. In mijn artikel probeer ik een algemeen beeld te schetsen, zonder het al te ingewikkeld en lang te maken. Neem voor een specifiek op jou gericht advies altijd contact op.